1 – Hoe een koe bijna een haas ving
Toen ik op 6 november 2011 vanuit mijn woning in Lamswaarde naar de uitzending De spoorloze verdwijning van Herman Ploegstra van Peter R. de Vries keek, was dat voor mij een ver-van-mijn-bedshow – drieëndertig kilometer om precies te zijn, hemelsbreed. Overal is leed en overal zijn intriges. Wat doe je eraan? Bovendien werd Ploegstra geportretteerd als een man met twee gezichten: de hardwerkende familieman aan de ene kant en de notoire vreemdganger aan de andere kant. Dat maakte zijn lot niet minder erg, maar als feit dat nu eenmaal onomkeerbaar was, gemakkelijker te accepteren. Dat ik zo’n veertien jaar later de moeite heb genomen in de zaak te duiken en daarna dit boek te schrijven, is het gevolg van twee gebeurtenissen.
De eerste was de vermissing van Ichelle van de Velde, op 15 december 2020. Volgens de kranten kwam het politieonderzoek traag op gang en zocht de familie met vrijwilligers op plaatsen die – naar mijn mening – niet in een logisch scenario pasten. Omdat ik het me niet kon voorstellen dat een jonge vrouw in het overzichtelijke Zeeuws-Vlaanderen onvindbaar kon zijn, ben ik – zoals zoveel betrokken medeburgers – mee gaan denken. De uitkomst hiervan was dat ik op mijn website met verhalen over Zeeuws-Vlaanderen een artikel plaatste met een in mijn ogen plausibel scenario. Ik had weinig gegevens om mee te werken, maar het artikel was vooral bedoeld als pleidooi voor scenariodenken in plaats van het met de moed der wanhoop lukraak zoeken in kreken en bossen. Ik ben voor het artikel zowel geprezen als verguisd. In beide gevallen niet door de minsten. Ik wilde ook fysiek gaan zoeken, maar Zeeuws-Vlaanderen is zo groot dat de ‘zweetkans’ Ichelle te vinden nihil was. De ‘weetkans’ kon ik echter beïnvloeden. Daarvoor koos ik een invalshoek die losjes gebaseerd was op de speltheorie, en in het bijzonder op het volgende voorbeeld van de speltheorie.
Stel je een zonnige dag op het strand voor: met pootjebaders en zonnebaders, schepjes en emmertjes, strandhuisjes en zandkastelen – en twee kraampjes met Italiaans schepijs. Het rood-witte kraampje is van Fabrizio, het geel-blauwe van Luca. De afgelopen jaren deden ze goede zaken. En zelfs zonder erover gesproken te hebben, hadden ze het vierhonderd meter lange strand ideaal verdeeld: het rood-witte kraampje stond in het midden van de linkerhelft, het geel-blauwe in het midden van de rechterhelft. Fabrizio en Luca hadden hierdoor elk vijftig procent van de omzet en geen klant hoefde meer dan honderd meter te lopen. Maar vanwege de kwakkelzomer valt de omzet dit jaar tegen. Om die reden heeft Fabrizio zijn kraampje een week geleden stiekem twintig meter naar het midden verplaatst. Zo kon hij klanten bij Luca wegsnoepen en werd het misschien toch nog een goed seizoen. Toen Luca na het constateren van de tegenvallende dagopbrengst op onderzoek uitging, ontdekte hij al gauw de oorzaak. Hij was woedend. Daarom paste hij de volgende ochtend hetzelfde trucje toe: twintig meter ter compensatie en nog twintig extra om Fabrizio een wafeltje van eigen deeg te geven. De dagen hierna schoven Fabrizio en Luca hun kraampjes steeds verder naar het midden op, waardoor ze sinds vanochtend zij aan zij in het midden van het strand staan. Ze hebben elk weer vijftig procent van de omzet, maar voor de helft van de klanten geldt dat ze nu honderd meter extra moeten lopen voor een ijsje.
Fabrizio en Luca hadden hun ijskraam op elke plek op het strand neer kunnen zetten, maar als je hun belangen kent (omzet), hun mogelijkheden om die belangen te behartigen (verplaatsen van de kraampjes) en inzicht hebt in hun onderlinge afhankelijkheid (zetten en tegenzetten), kun je vrij goed voorspellen waar je ze uiteindelijk zult aantreffen. Ik vroeg me af of je – in het scenario dat Ichelle vermoord was – op dezelfde wijze zou kunnen herleiden waar de dader haar lichaam had verborgen en besloot dit te proberen. Door te googelen, logisch na te denken en mijn kennis te gebruiken van zowel het Zeeuws-Vlaamse landschap als de Zeeuws-Vlaamse mentaliteit, kwam ik tot de volgende uitgangspunten.
- Water is favoriet.
- De gemiddelde afstand die een dader met een lichaam aflegt is vijf kilometer. In Zeeuws-Vlaanderen kun je die afstand echter verdubbelen vanwege een fenomeen dat ik ‘polderkilometers’ noem. Er zijn geen verkeerslichten, verkeersdrempels of files. De wegen zijn zo glad als een biljartlaken. Afstanden worden hierdoor bovengemiddeld snel afgelegd.
- De weg langs het water moet op een dijk liggen, niet ernaast. Alleen dan werkt de zwaartekracht tijdens het verplaatsen van het lichaam mee.
- Er moet een geschikte plek zijn om de auto gedurende enkele minuten te laten stilstaan.
- Naast die plek moeten struiken zijn, zodat de dader na het uitladen direct uit het zicht kan verdwijnen.
- De allerkleinste en allerstilste polderwegen vallen af. Het risico om daar iemand tegen te komen is weliswaar nihil, maar vanwege de grote zichtafstanden is er altijd wel iemand die je vanuit de verte spot en direct argwaan koestert.
Met behulp van Streetview en de satellietbeelden van Google Maps ontdekte ik dat de mij bekende Kanaalweg tussen Retranchement en Hoogstraat (Sluis), met het ernaast gelegen afwateringskanaal, aan alle criteria voldeed. Met name de inham op tweehonderd meter van de Zwinbrug zou voor de dader een zeer geschikte plek zijn. Op 20 januari 2021 ben ik naar de Zwinbrug gereden. Vanaf de overzijde van het kanaal kon ik de oever aan de Kanaalweg-zijde met een verrekijker gedetailleerd bestuderen. Als ex-ambulancechauffeur was ik niet bang voor wat ik eventueel zou aantreffen. Uiteraard vond ik er niets, want anders had het wel in de krant gestaan en hoefde ik het verhaal hier niet te vertellen. Toch werd Ichelle precies daar een maand later gevonden. Ik stond perplex. Hoe kon dat? Tijdens het streamen van de rechtszitting werd het me duidelijk: de eerste keer dat Sandra H. er delen van Ichelles lichaam dumpte was één dag nadat ik er was. Alles was bizar aan dit misdrijf.
De tweede gebeurtenis was het bericht van 18 oktober 2024 in de PZC, waarin werd aangekondigd dat de Peter R. de Vries Foundation de mysterieuze verdwijning van Herman Ploegstra voor het voetlicht zou gaan halen. Door het onverwachte resultaat van mijn zoektocht naar Ichelle – ook al had het feitelijk niet bijgedragen aan de oplossing van de zaak – was mijn nieuwsgierigheid gewekt. Wat zou ik ontdekken als ik me in de zaak-Ploegstra verdiepte? Ik had geen enkele verwachting, maar na tweeënhalve maand lezen, puzzelen, weinig slapen en schrappen – omdat elk scenario steeds weer schuurde – ontdekte ik plotseling iets cruciaals.
***