6 – Prudent Buijck
Ik ben geen fan van Engelse quotes en termen, maar ga er in dit hoofdstuk toch een aantal gebruiken. In de film The Usual Suspects zegt het personage Verbal Kint het volgende over de corrupte politieagent Dean Keaton.
To a cop the explanation is never that complicated. It’s always simple. There’s no mystery to the street, no arch-criminal behind it all. If you got a dead body and you think his brother did it, you’re gonna find out you’re right.
Er was vooralsnog geen sprake van een dead body, maar ik was er bij voorbaat al wel van overtuigd dat schoonvader Prudent Buijck het had gedaan. Kom op, werkelijk alles wees in zijn richting. Ik keek er de uitzending van Peter R. de Vries nog eens op na en beoordeelde als een echte nep-detective uit een tv-serie of Buijck over een motief, de middelen en de gelegenheid beschikte. Buijck had een duidelijk motief: unfinished business. Hij had immers in 2007, als gevolg van Hermans aangifte, een tijd in de gevangenis moeten doorbrengen. Bovendien bedroog Herman Buijcks dochter. Buijck zelf ontkende dat hij het wist, maar dat was onwaarschijnlijk. In het kleine IJzendijke was Hermans veelwijverij namelijk een publiek geheim. Buijck beschikte ook over de middelen: hij had criminele contacten en het geld om hen in te huren, dat stond vast. Of Buijck op enig moment praktisch gezien in de gelegenheid was geweest mensen uit zijn netwerk te benaderen voor de overval op Herman, hen in te huren en te betalen, leek me een academische vraag. Zulke handelingen worden pas lastig als je de koffer met geld bijvoorbeeld op 11 november, stipt om 11 minuten over 11 moet overhandigen – terwijl je Prins Carnaval bent. Ik had in elk geval geen reden om aan te nemen dat hij níet in de gelegenheid was geweest. En dit was nog niet alles. Er waren tal van aanwijzingen dat Buijck er meer van wist. Hij had het zelf nog net niet van de daken geschreeuwd. Zowel Buijcks dochter Sandra als zijn echtgenote Paula verklaarden kort na de verdwijning dat zij hem ertoe in staat achtten iemand voor de klus te hebben ingehuurd. Paula baseerde zich onder andere op een uitspraak die Buijck – met een slok op – recent had gedaan. Hij had gezegd dat hij er drie van kant ging maken. Letterlijk zei hij: ‘Ik ga het niet zelf doen. Mijn tijd komt nog. Ik heb geld genoeg.’ Sandra baseerde zich op haar beurt op uitlatingen van Herman, voorafgaand aan zijn verdwijning. Hij had meermalen te kennen gegeven dat hij Buijck van de bedreigingen verdacht die hij had ontvangen. En dan waren er ook nog de documenten die na Hermans verdwijning op a-typische plaatsen werden aangetroffen. In de op straat naast de verlaten BMW gevonden portemonnee van Herman bleken zich twee krantenknipsels te bevinden. Het waren artikelen over het incident op nieuwjaarsdag 2007. En in Hermans werkkraan bleek een exemplaar van de aangifte te liggen die hij destijds tegen Buijck had gedaan.
Deze vondsten toonden niet alleen aan dat die oude zaak voor Herman om de een of andere reden weer actueel geworden was, maar herinnerden er ook aan dat Buijck zowel al eerder had geprobeerd iemand in te huren als zich bereid had getoond gewapend geweld te plegen. Case closed, zou je zeggen. Alleen nog even uitzoeken wie hij precies had ingehuurd en waar ze Herman gelaten hadden.
Hm, het scenario leek goed genoeg om als script te dienen voor een dertien-in-een-dozijn-boevenfilm, maar het vertoonde naar de maatstaven die voor misdaadscenario’s in de echte wereld golden een ernstig gebrek: het geweld dat Buijck Herman had laten ondergaan stond redelijkerwijs niet in verhouding tot Hermans ‘misdaden’. Als je daarbij bedacht dat Buijcks dochter door de moord weduwe zou worden en Buijcks kleindochter halfwees, was het moeilijk voorstelbaar dat zijn wrok daar groot genoeg voor was. Toen ik op deze manier kritisch naar het zo voor de hand liggende scenario keek, ontdekte ik nog vier andere discrepanties. Ik besloot deze gebreken een voor een te benoemen, te analyseren wat ervoor nodig was ze te repareren en de geloofwaardigheid van het scenario vervolgens met behulp van Ockham’s razor te toetsen. Dit laatste moet ik even uitleggen. Ockham’s razor is een niet-wetenschappelijk, maar wel nuttig hulpmiddel bij waarheidsvinding. Vrij vertaald zegt Ockham’s razor dat de verklaring waarvoor de minste en minst-vergaande aannames gedaan moeten worden om de verklaring sluitend te krijgen, meestal de juiste is. In feite berustte de quote uit de The Usual Suspects hier ook op. Zo gezegd, zo gedaan.
Eerste gebrek: disproportionaliteit
Het ontvoeren en vermoorden van Herman stond zelfs voor een opvliegend type als Buijck redelijkerwijs niet in verhouding tot Hermans zonden. Om het scenario toch kloppend te krijgen, zou het van pas komen als Buijck een klein persoonlijkheidsstoornisje zou hebben. Dat was het beste dat ik kon bedenken. Een waarbij zijn ego zo kwetsbaar was dat er voor hem geen grenzen waren als het erom ging de pikorde te herstellen. Ik opende de uitzending van Peter R. de Vries nogmaals en bestudeerde het drie minuten durende fragment waarin Buijck door Peter R. de Vries aan de tand gevoeld werd. Het was makkelijk om in Buijck een narcist te zien, maar dat zei meer over mijn perceptie dan over hem. Ik kwam tot de conclusie dat dit precies het soort veronderstelling was dat volgens Ockham’s razor te ver ging om waarschijnlijk te zijn. En daarom noteerde ik in gedachten een duim omlaag achter de verklaring.
👎
Tweede gebrek: afwezigheid van een aanleiding
Het tweede bezwaar tegen het scenario was dat Buijck bijna vier jaar had gewacht alvorens wraak te nemen. Als er zich in de maanden voor Hermans verdwijning een nieuw ernstig conflict had voorgedaan, zou dat op zich een aannemelijke verklaring kunnen zijn. Maar het feit dat dit dan blijkbaar aan iedereen in Hermans omgeving voorbij was gegaan, maakte het wederom vergezocht. Ook deze verklaring kreeg een duim omlaag. Ik had er nu twee.
👎👎
Derde gebrek: Hermans geslotenheid
Het derde gebrek was zeker niet het minste: Herman had in 2007 prompt aangifte tegen zijn schoonvader gedaan, maar had dit nu nagelaten, hoewel hij Buijck verdacht en bij vlagen doodsbang was. Het verbaasde me ook dat hij Sandra niet had laten bemiddelen. Er schoten allerlei wilde verklaringen door mijn hoofd. Misschien was Sandra een paniekvogel en had Herman door schade en schande geleerd dat hij haar er beter buiten kon houden. Het was een zwakke verklaring, waar ik bovendien niet de minste aanwijzing voor had. Misschien was er wel een nieuw conflict geweest, bijvoorbeeld over Hermans geheime liefdesleven, maar was het op straat komen te liggen als hij Sandra of collega’s over het conflict had verteld. Er was echter niets dat een dergelijke veronderstelling ondersteunde. Bovendien waren zijn seksuele escapades allang geen geheim meer. Een nieuwe duim omlaag.
👎👎👎
Vierde gebrek: een heetgebakerd man die wraak ijskoud opdient
Buijcks veronderstelde wraakactie was koud, methodisch en in het diepste geheim uitgevoerd. Dit stond in alle opzichten haaks op zijn karakter. Het verleden had uitgewezen dat Buijck openlijk, impulsief en driest te werk ging, en dat dit door alcohol getriggerd werd. Ik noteerde een vierde duim omlaag, want in dit geval kon ik in het geheel niets bedenken om de inconsistentie te verklaren.
👎👎👎👎
Vijfde gebrek: een dubieus type pleegt nog geen moord
Bij nader inzien betwijfelde ik of Buijck mensen had kunnen vinden om Herman te laten verdwijnen. Om bij Mario T. te beginnen: in 2007 had hij de uitnodiging om Herman een pak rammel te geven aan zich voorbij laten gaan. Het was daarom allerminst vanzelfsprekend dat hij wel ja had gezegd tegen het voorstel Herman in ruil voor geld om het leven te brengen. Volgens het politieonderzoek hadden Buijck en Mario T. in de maand voor de verdwijning weliswaar meerdere keren telefonisch contact gehad, maar als het al over Herman ging, zou het er evengoed op kunnen wijzen dat Mario T. zich juist niet had laten overhalen. Welke andere mogelijkheden waren er? In de uitzending van Peter R. de Vries werd beweerd dat er zich in Buijcks vriendenkring enkele dubieuze types bevonden die door hem benaderd konden zijn. Maar voordat een dubieus type erin toestemt een huurmoord te plegen, heeft hij meestal al zo veel op zijn kerfstok dat je hem niet meer met de term dubieus aanduidt. Dan gebruik je doorgaans de term crimineel of zelfs zware crimineel. Nadat Buijck in 2007 zonder succes de hulp van Mario T. had ingeroepen om Herman een lesje te leren, had hij niets anders weten te bedenken dan zelf de mouwen op te stropen en zich naar het huis van Herman te begeven. In dat licht was het onwaarschijnlijk dat Buijck in 2010 dubieuze types kende die voor hem een nog veel ernstiger delict wilden plegen; een delict dat deze dubieuze types, ondanks de complexiteit ervan, achteraf bezien vlekkeloos hadden weten uit te voeren. Een perfecte misdaad. Dat zag ik een gelegenheidsteam, bestaande uit een koperdief, een nepagent en een bijstandsfraudeur, niet gauw doen.
Viel dit gebrek in het scenario te repareren? Ik bekeek het interview van Peter R. de Vries met Buijck nog eens en nog eens. De dynamiek tussen beiden riep bij mij associaties op met ervaringen die ik als import-Zeeuw in de periode van 2001 tot en met 2021 had opgedaan. Ik ben zelf geboren en getogen in de Randstad en ontdekte door mijn verhuizing dat er tussen beide regio’s grote culturele en sociale verschillen bestonden. Je moet weten dat Zeeuws-Vlaanderen een geïsoleerd gebied is, met aan de ene kant de zeedijk en aan de andere kant de grens met België. Hoewel ik het een van de mooiste gebieden vind die ik ken, is het in feite een langgerekte bak: pakweg 60 kilometer van west naar oost en gemiddeld zo’n 15 kilometer van noord naar zuid. Ondanks de grootte van het gebied wonen er amper 100.000 mensen. In 2010 hadden de drie gemeenten in de regio respectievelijk 24.000, 55.000 en 28.000 inwoners. Het gevolg is dat Zeeuws-Vlamingen elkaar overal in verschillende rollen en verschillende functies tegenkomen. Ze zijn buur, collega, clubgenoot, ex en geliefde tegelijk. Bij wijze van spreken althans. Een voordeel is dat gunsten en diensten laagdrempelig worden verleend en ook weer kunnen worden teruggevraagd. Een nadeel is dat informatie, roddels en geruchten zich snel verspreiden en tot sociale sancties met reële consequenties kunnen leiden. Dit fijnmazige netwerk is met name voor dominante personen een bron van informele macht en informeel gezag. Stereotiep voor deze personen is dat zij vanwege hun functies of rollen zichtbaar zijn in de samenleving en dat hun familie vaak al generaties lang in de regio woont en een bepaalde reputatie heeft opgebouwd.
En zo kan het gebeuren dat Aert, eigenaar van Café de Listige Vos, wiens familie al jaren horecagelegenheden in de regio bestiert, op een maandagochtend even naar het gemeentehuis aan de overkant van het plein wandelt.
‘Is Roger in huis?’ vraagt hij in het voorbijgaan aan de bode.
Hij spreekt de naam uit als Rozjee.
‘Ik zag hem vijf minuten geleden in de raadszaal,’ zegt de bode.
‘Dan loop ik daar even heen. Ik ken de weg. En doe Matty de groeten.’
‘Doe ik.’
Even later heeft Aert een genoeglijk onderonsje met Roger, die als wethouder verantwoordelijk is voor de portefeuille Ruimtelijke Ontwikkeling en die van Toerisme & Recreatie. Ze hebben het kort over de laatste vergadering van de winkeliersvereniging, waar Aert voorzitter van is, de maandelijkse gemeentelijke vrijmibo in ‘De Vos’ en de voorbereidingen van het ‘Belgische Bieren Festival’ dat in mei gehouden zal worden.
‘Maar waar ik eigenlijk voor kom …’ zegt Aert.
Een kwartiertje later loopt hij tevreden terug naar De Listige Vos: die vergunning voor de overkapping van zijn nieuwe terras komt er vast. Roger maakt op zijn beurt een wandelingetje naar de afdeling RO, waar hij teamleider Karina vraagt of de regels wellicht ruimte bieden om het ‘nee’ te wijzigen in ‘ja, mits’. Karina belooft zich nog eens over de aanvraag te buigen.
Deze gang van zaken betekent niet automatisch dat de integriteit van de wethouder in het geding is, want bij het invullen van beleidsvrijheid ontmoeten ‘ja’ en ‘nee’ elkaar in het midden bij ‘ja, mits’ en ‘nee, tenzij’. Het illustreert vooral dat het klimaat om te lobbyen gunstig is en sommige gezaghebbende mensen er goed in zijn om hun zaken via hun netwerk langs achterdeurtjes te regelen.
Toch hebben ook deze gezaghebbende Zeeuws-Vlamingen een achilleshiel. Hun zelfvertrouwen is torenhoog in eigen kring, maar slecht bestand tegen vreemde ogen. En vooral niet tegen die van ‘Hollanders’, ofwel ‘de mensen van boven de rivieren’, de mensen uit de Randstad of Randstad-plus in het bijzonder. Ze zullen het nooit toegeven en zouden nooit zo willen zijn als zij, maar tegen die stadse mensen kijken ze toch een beetje op. Dit komt doordat de Randstad het bestuurlijke, economische en mediacentrum van het land is en mensen de neiging hebben zich te meten aan de dominante groep. Maar als stereotype Zeeuws-Vlamingen zichzelf op die manier de maat nemen, komen ze er bekaaid vanaf: men spreekt geen Algemeen Nederlands, er zijn weinig hoogwaardige diensten in Zeeuws-Vlaanderen en de regio ligt zo ver van het landscentrum af dat het regelmatig letterlijk op landkaarten van Nederland wordt vergeten.
Omgekeerd etaleren mensen uit de Randstad hun superioriteitsgevoel – vaak niet eens bewust – door bijvoorbeeld te spotten met de streektaal of grapjes te maken waarin de streekbewoners als karikaturale stereotypen worden neergezet. De uitzending van Peter R. de Vries begon met de constatering dat misdaad in Zeeuws-Vlaanderen ver weg leek en het programma er in zestien jaar niet een keer was geweest. Gevolgd door: ‘in IJzendijke is een gekantelde trekker al nieuws’. Je zou er als Zeeuws-Vlaming een minderwaardigheidscomplex van krijgen.
Al deze aspecten herkende ik in het gesprek tussen Peter R. de Vries en Buijck. Aan de ene kant van de tafel zat de mediaster: lang, afgetraind, duur gekleed, goed gekapt, het shirt halfopen en een sportwagen van anderhalve ton voor de deur. Aan de andere kant zat ‘het boertje’: onderkin, wallen onder de ogen, Zeemannetje flodderend rond de schouders, maar het haar volgens de laatst doorgedrongen modetrend – die van een halve eeuw geleden – strak in de scheiding. Want hij kwam tenslotte wel op tv. De situatie had iets weg van een schoolkind dat zich bij de bovenmeester moest verantwoorden: ‘Nee meester, ik heb het echt niet gedaan. Echt waar niet.’ Het meest vernederende moment was dat Buijck argeloos aan zijn ontkenningen toevoegde dat hij het kon zweren en Peter R. de Vries prompt zei:
‘Zweert u maar.’
En Buijck deed het nog ook, in zijn eigen huis, aan zijn eigen eettafel. Met ondertiteling, want mensen zoals Buijck verstaan wij niet in Holland.
Tegelijkertijd meende ik ook de andere kant van Buijck te zien. Ondanks het feit dat hij weinig te winnen had bij het geven van een interview, had hij zich niet achter de bank verstopt toen Peter R. de Vries aanbelde. Hij zat daar met open vizier, vol in beeld, keek Peter R. de Vries recht in de ogen en gaf op elke vraag antwoord. Ik zag een trots man, voor wie respect en zelfrespect belangrijke waarden waren. Maar de keerzijde van die waarden was dat het ook kon betekenen dat Herman, die andere vermaledijde Hollander, de grenzen van wat Buijcks trots kon verdragen te vaak en te ver had overschreden. En wat doet de ideaaltypische dominante Zeeuws-Vlaming in zo’n geval, vroeg ik me af? Hij regelt het ondergronds, via het fijnmazige netwerk waar hij deel van uitmaakt. Daar waar men instemmend knikt als hij zijn frustratie uit met de woorden: ‘Dat kan zo niet langer met die Herman.’
Mijn twijfel of Buijck de mensen had kunnen vinden om Herman te laten verdwijnen was hiermee nog niet weggenomen. Tenslotte mocht ik er niet van uitgaan dat er zich in zijn netwerk zomaar huurmoordenaars met een uitstekende staat van dienst bevonden of bijvoorbeeld jagers die wel een oogje dicht wilden knijpen als ze eens iets anders dan wild in hun vizier kregen. Ik vroeg me af of er omstandigheden waren die ertoe konden leiden dat gewone mensen hun morele en mentale grenzen zo ver oprekten dat ze bereid en in staat waren om Buijcks plan uit te voeren. Ik zocht het uit en de uitkomst was verrassend, want in theorie bleken tientallen psychologische, sociale en culturele mechanismen dit te kunnen bewerkstelligen.
Ik wilde proberen me een beeld te vormen van hoe de abstracte begrippen die ik had gevonden, in de praktijk samen zouden kunnen vloeien tot een instrument dat van een kudde makke schapen een troep meedogenloze wolven maakte. Bij wijze van gedachte-experiment selecteerde ik er een aantal, om ze daarna in een fictief verhaal te verwerken. Het jaarlijkse Tractor Pulling-evenement in Cadzand leek me geschikt als decor om de verschillende personages samen te brengen. Herman en Sandra hadden elkaar immers tijdens zo’n evenement ontmoet en over Buijck had ik gelezen dat hij jarenlang op hoog niveau aan de wedstrijden had deelgenomen. Het verhaal begon zo.
‘Dames en heren,’ galmde de stem van de commentator uit de speakers. ‘Hartelijk welkom bij alweer de vierentwintigste editie van het jaarlijkse Tractor Pulling-evenement te Cadzand, met ook vandaag weer grote namen onder de deelnemers. De weergoden zijn ons fantastisch gezind en we gaan er een grandioze dag van maken. Over grote namen gesproken: ik heb bekende gezichten in het publiek gezien. En dat doet me deugd, want het zijn gezichten van mannen die de sport groot hebben gemaakt. Mag ik een applaus voor Toine de Rijcke van Team Full Pull Force en – naast hem op de tribune – Prudent Buijck, de legendarische ex-piloot van de Green Spirit. Mannen, sta eens op en laat je zien. Hartstikke leuk dat jullie erbij zijn.’
Wie er ook bij was? Herman Ploegstra in eigen persoon. Op papier was hij er met enkele brandweercollega’s, maar zij stonden langs de baan, terwijl Herman zich bij de servicetrailer van de Bale Buster IV, aan de andere kant van het terrein, uitsloofde voor Sylvia. Zij was de aantrekkelijke vriendin van Ben, de piloot van de Bale Buster IV. Herman had succes, dat ontging geen van de passanten en aanwezigen, want Sylvia flirtte openlijk terug. Ze lachten, plaagden en raakten elkaar veelvuldig aan. Zo nu en dan sloeg Herman zijn arm amicaal om haar schouder. Zij liet zich dat allemaal welgevallen. Haar partner Ben wist van niets, want die had zich geruime tijd tevoren met de Bale Buster naar de start begeven. Het duurde echter niet lang voordat Jos, een oudere ‘mekanieker’ die zich doodergerde aan het tafereel, naar de tribune naast de baan liep om Buijck te informeren. Hij moest moeite doen om Buijcks aandacht te trekken, want een compacte zwartgestippelde rode machine, die veel weg had van een lieveheersbeestje op anabole steroïden, begon wolkjes roet uit te braken. Op de zijkant stond in sierlijke letters de naam Pim Pam $$. Tja, het was geen goedkope hobby.
‘Prudent, je moet wat aan die schoonzoon van je doen. Hij staat …’
‘Wat?’
‘En daarrrr gaat de Pim Pam Poen,’ riep de commentator.
Gedurende tien seconden leek de wereld te vergaan.
‘Een full pull voor de Pim Pam Poen. Weergaloos gereden.’
Het publiek juichte.
'Wat?' herhaalde Prudent.
‘Herman staat Sylvia van Bale Buster-Ben op te vrijen,’ zei Jos. ‘Als Ben straks terugkomt van zijn pull wordt het slaande ruzie.’
Prudents gezicht stond onmiddellijk op storm, maar hij bevond zich in een lastig parket: zijn conflict met Herman in 2007 was voor hem niet goed afgelopen. Zijn proeftijd zat er weliswaar nipt op, maar de exercitie van toen was niet voor herhaling vatbaar. Dat was zeker. Tegelijkertijd had hij een reputatie op te houden – een die dankzij Herman voortdurend op de proef gesteld werd. Tot overmaat van ramp keken verschillende mensen in de nabijheid belangstellend naar wat Buijck zou gaan doen. Zowel Buijck als Herman waren bekend als de bonte hond. Inwendig kokend, maar nog zonder plan, stond hij op.
Na deze inleiding zag ik het vervolg helemaal voor me.
Buijcks vriend en vroegere concurrent Toine de Rijcke liep met hem en Jos mee, wat goed was voor Buijcks zelfvertrouwen. Maar eenmaal aangekomen bij de mobiele werkplaats bleek Herman in geen velden of wegen te bekennen. Sylvia was er wel, maar ze troffen haar op een slecht moment, want ze trok zo onbehouwen een blikje Jupiler open dat het schuim op haar broek terecht kwam. Het bleek dat ze toch grenzen aan het geflirt had gesteld en Herman een klap in zijn gezicht gegeven had toen hij haar op de mond probeerde te zoenen. Herman had de vermoorde onschuld gespeeld, maar was met zijn staart tussen de benen weggelopen. Gelukkig waren er meer vissen in de zee. Toen Ben terugkwam van zijn pull werd hij ontvangen door het gehele comité. Sylvia deed hem het verhaal uit de doeken, waarbij ze haar eigen rol verzweeg en die van Herman uitvergrootte. Ben was des duivels en wilde direct op Herman af. Jos hield hem echter tegen.
‘Niet doen,’ zei hij. ‘Anders zit je vanavond achter de tralies in Torentijd.’
Hij wisselde een blik van verstandhouding met Buijck.
‘We kunnen beter rustig overleggen hoe we hem aanpakken,’ zei Toine.
‘Ik wil hem weg uit Zeeuws-Vlaanderen. Niks dan last met die Hollanders,’ zei Buijck. ‘Geen respect voor onze normen en zeden en al helemaal niet voor vrouwen.’
‘De smeerlap,’ zei Sylvia.
‘Ik steek zijn banden lek,’ zei Ben.
‘Dat is alvast een goed begin,’ zei Toine.
‘Je moet de ventielen eruit trekken. Die kun je niet meer repareren,’ zei Jos. 'Ik pak een nijptang.’
‘Zijn ventiel?’ vroeg Sylvia.
Uit het gelach van de anderen bleek dat het plan, voor zover het tenminste uitsluitend Hermans banden betrof, hun volledige instemming had.
Het was een flinterdun verhaaltje, maar het bevatte warempel al een hele serie elementen.
- In-group cohesion – Er was een groep mensen met een gedeelde geschiedenis en identiteit (tractor pulling), wat loyaliteit in de hand werkte en waardoor zij geneigd waren om risico’s voor elkaar te nemen.
- Trigger en emotional appraisal – Er was sprake van een uitlokkende gebeurtenis, die door meerdere leden van de groep als vernederend (Buijck en Ben), bedreigend (Sylvia) of verwerpelijk (Toine en Jos) werd ervaren.
- Diffusion of responsibility – De verantwoordelijkheid voor wat Herman zou worden aangedaan werd door de groep gedeeld (‘overleggen hoe we hem aanpakken’), waardoor de last per persoon als lichter werd ervaren.
- Dehumanization – Herman werd ontmenselijkt (‘de smeerlap’ en ‘zijn ventiel’), wat de empathie voor het slachtoffer verlaagde.
- Incrementalisme – Het geweld begon klein (banden leksteken), waardoor de leden van de groep in kleine stapjes aan ernstiger geweld (dreigbrief, kogel, ontvoering en moord) konden wennen.
Nu ik op dit punt was aanbeland, zag ik dat ik met hetzelfde gemak het gros van de andere elementen in een vervolg van het verhaal zou kunnen verwerken, zoals: group polarization (gesprekken die ideeën extremer maken), moral framing (rechtvaardiging van geweld door iemand met gezag), in-group/out-group bias (Zeeuws-Vlaanderen versus Randstad) en moral distancing (afstand nemen van de morele consequenties doordat de taken verdeeld worden). Vanzelfsprekend was ik me ervan bewust dat ik de wetenschappelijke leerstukken op zijn janboerenfluitjes had toegepast op een situatie die aan mijn fantasie ontsproten was. Desalniettemin leek het me goed mogelijk dat een groep brave burgers op een soortgelijke manier ontspoorde. Toen ik Ockham echter vragend aankeek, haalde hij demonstratief een voordeelpak scheermesjes tevoorschijn. Het feit dat het mogelijk was wilde namelijk niet zeggen dat het ook waarschijnlijk was. Er waren twee grote bezwaren. Het eerste was dat de kloof tussen een dreigbrief en lekke banden enerzijds en ontvoering en moord anderzijds onoverbrugbaar groot bleef. Het tweede was dat er meerdere van de besproken mechanismen cruciaal waren. Er hoefde bijvoorbeeld maar één groepslid te zijn dat niet gevoelig was voor omstandigheden die de morele verantwoordelijkheid konden reduceren – ‘Banden leksteken? Zijn jullie soms gek geworden?’ – of het risico om door te gaan zou voor de rest van de groep te groot zijn. Nu is de kans dat één zo’n cruciaal mechanisme optreedt redelijkerwijs nog wel aanwezig, maar de kans dat er twee tegelijkertijd optreden is ineens heel veel kleiner. Vergelijk het met het spel Yahtzee! De kans om in één worp met vijf dobbelstenen minstens één zes te gooien is 77%. De kans om minstens twee zessen te gooien is al een heel stuk kleiner, namelijk 20%. En de kans op vijf zessen in één worp is verwaarloosbaar klein: 0,01%. Ik ontkwam er niet aan mijn gehele theorie in de vuilnisbak te dumpen en noteerde de vijfde duim omlaag. Yahtzee!
👎👎👎👎👎
***