7 – Han, de man van Suzanne

Op 22 september 2010 dreigde Han om Hermans ‘kop van zijn romp te slaan’. Vijf weken later stond er in de zaterdag-editie van de PZC dat Herman vermist was. Ik denk niet dat Han er iets mee te maken had, maar wel dat het een ‘even Apeldoorn bellen’-momentje voor hem was. En over bellen gesproken: de telefoon was een cruciale factor in de driehoeksrelatie van Herman, Suzanne en Han. De telefoon faciliteerde zowel het bedrog als de wraak en was de smoking gun die de betrokkenen de das omdeed. Wetende dat affaires van alle tijden zijn, zou je je bijna afvragen hoe men dat honderd jaar geleden zonder telefoon deed. Maar laat ik bij het begin beginnen.
Herman en Suzanne kregen een relatie nadat ze elkaar in de zomer van 2009 tijdens een bedrijfsfeest hadden leren kennen. Suzanne was de vrouw van Hermans collega Han. Herman ging secuur met de delicate situatie om: hij kocht een geheime telefoon om met Suzanne te communiceren en verstopte die zorgvuldig als hij hem niet nodig had. Suzanne was echter minder voorzichtig, want Han ontdekte haar overspel aan de hand van de opgeslagen berichten in haar telefoon. Door vervolgens de belgeschiedenis van de vaste telefoonlijn op te vragen, ontdekte Han de identiteit van zijn rivaal: het was niemand minder dan zijn collega Herman. Uit wraak dan wel moreel plichtsbesef – kies zelf maar – besloot Han om Sandra op de hoogte te stellen van het overspel van haar man. Het leek Han geen goed idee om dat onder zijn eigen naam te doen en daarom kocht hij een prepaid-kaart voor zijn telefoon en sms’te hij Sandra het volgende bericht. ‘Beste Sandra. We zijn nu al jaren vriendinnen, maar dit kan ik echt niet voor me houden. Ook al zal ik later de gebeten hond wel zijn. Ik weet zeker dat Herman een relatie/verhouding heeft met die kapster uit Terneuzen. Haar man weet ervan. Doe geen domme dingen. Ik bel je nog wel.’ Sandra confronteerde Herman ermee, maar hij ontkende het in alle toonaarden en kwam er op die manier mee weg. De relatie van Han en Suzanne overleefde het huwelijksbedrog daarentegen niet. Ze gingen in januari 2010 uit elkaar.
Er gingen negen maanden voorbij. Han vond een nieuwe liefde en Herman en Suzanne gingen – hoewel het niet meer alleen rozengeur en maneschijn was – op de oude voet verder. Op 22 september 2010 werd Herman echter midden in de nacht wakker gebeld. Iemand schold hem uit voor hoerenloper. Herman hing snel op, wellicht om Sandra en de slapende honden niet wakker te maken. Maar negen minuten later ging de telefoon opnieuw. Ditmaal dreigde de beller hem de kop van de romp te slaan. Het was Han. Herman herkende zijn stem. Blijkbaar zat de affaire Han nog steeds hoog. Herman noteerde de twee tijdstippen waarop hij gebeld was, met de bedoeling hun beider werkgever erover te informeren. Maar voor zover bekend is dat er niet (meer) van gekomen.
Er valt nog een laatste telefoontje te bespreken. Dit keer ging de bel – of ringtone – bij Han. Het was Peter R. de Vries, die – zoals we van hem gewend zijn – Han streng maar rechtvaardig ondervroeg over zijn bedreigingen en eventuele betrokkenheid bij Hermans verdwijning. De verklaringen van Han kwamen erop neer dat hij niets met de verdwijning te maken had en dat de bedreiging gezien moest worden als een emotionele ontlading onder invloed van enkele biertjes. Samengevat was de aanleiding dat Han had geconstateerd dat Herman in het huis zat dat nog steeds zijn eigendom was, met daarin de spullen die nog steeds van hem waren, bij de vrouw die dankzij Herman nu zijn ex was. Hans stem ging bij het noemen van deze feiten omhoog van verontwaardiging. Hij gaf toe dat het hem allemaal in het verkeerde keelgat was geschoten, maar beweerde dat hij nu ook weer niet zo boos was dat hij Herman iets aan zou willen doen. Bij het tweede deel van deze zin ging Hans stem juist weer relativerend omlaag. Peter R. de Vries liet na afloop van het gesprek in het midden of Han iets met de zaak te maken had, maar stelde wel vast dat Han voor de bewuste avond een alibi had.
Naar mijn mening valt er nog meer over te zeggen. Toen Peter R. de Vries Han ondervroeg over de telefonische bedreigingen, ging hij ervan uit dat het laten verdwijnen van Herman een klassieke crime passionel zou kunnen zijn. In het geval van Hans betrokkenheid zou hij echter ook verantwoordelijk moeten zijn voor de andere incidenten: de lekke banden, de dreigbrief, de kogel en het hinderlijk volgen. Dit patroon van georganiseerde intimidatie past echter niet bij een crime passionel, omdat zo’n misdrijf immers impulsief wordt uitgevoerd.
En dan is er ook nog sprake van een onverklaarbare paradox. Als ik vier keer anoniem bedreigd zou worden, maar bij de vijfde keer ontdekte wie de dader was, zou ik hem automatisch ook verantwoordelijk achten voor de eerste vier keer. Herman deed dit echter niet. Ondanks de wetenschap dat Han achter de telefonische bedreigingen zat, hield hij volgens Sandra zijn schoonvader Buijck verantwoordelijk voor de bedreigingen die hem deden zinspelen op zijn eigen dood. Dat doet vermoeden dat Herman over informatie beschikte om Han hiervan vrij te pleiten. Al deze argumenten tezamen maken het hoogst onwaarschijnlijk dat Han achter de verdwijning van Herman zit.

***