3 – Huisje-boompje-kogeltje-beestje
Ten tijde van zijn verdwijning woonde Herman in IJzendijke. Hij was een import-Zeeuw, zoals we dat in Zeeuws-Vlaanderen noemen. Herman was afkomstig uit Nederhorst Den Berg, dat zo’n vijftien kilometer ten zuidoosten van Amsterdam ligt, maar trouwde in 1999 met de Zeeuws-Vlaamse Sandra. Drie jaar later werd hun dochtertje Anouk geboren. Het gezin leidde een ogenschijnlijk gelukkig leven. Sandra vatte het samen met ‘de gewone regelmaat: huisje-boompje-beestje.’ Herman was zeer actief. Hij was als kraanmachinist in dienst van wegenbouwbedrijf H4A, kluste op de zaterdag regelmatig bij (waardoor hij per saldo zes dagen per week werkte), was vrijwillig brandweerman, deed aan kickboksen en was lid van een duikvereniging. Daarnaast had hij nog tijd om er buitenechtelijke relaties op na te houden. Zijn vrouw wist van niets, maar in IJzendijke was het een publiek geheim dat hij een notoire rokkenjager en (seriële) vreemdganger was.
In het jaar voor zijn verdwijning had Herman een relatie met Suzanne, een kapster uit Terneuzen. Niet alleen Herman was getrouwd, maar ook Suzanne. Haar echtgenoot was een collega van Herman. Deze collega, Han genaamd, had de affaire in oktober 2009 ontdekt. Hierdoor liep het huwelijk tussen hem en Suzanne in januari 2010 definitief op de klippen. Zo’n negen maanden nadien koesterde Han – niet geheel onbegrijpelijk – nog steeds wrok jegens Herman. Dit bleek toen enkele weken voor Hermans verdwijning bij huize Ploegstra ‘s nachts de telefoon ging. Toen Herman opnam, kreeg hij een woedende man aan de lijn die hem uitschold en bedreigde. Hoewel de beller zijn naam niet noemde, was het Herman direct duidelijk dat de stem aan zijn collega Han toebehoorde.
Herman had ook een ernstig verstoorde relatie met Prudent Buijck, zijn schoonvader. Uit de bronnen blijkt niet eenduidig of Buijck wist dat zijn dochter Sandra door Herman werd bedrogen en of dat de reden was van de slechte verstandhouding. Dat een incident op nieuwjaarsdag 2007 de relatie op scherp heeft gezet, is echter wel zeker. Op die dag had Buijck namelijk ruzie met zijn echtgenote Paula, die daarop haar toevlucht zocht bij haar dochter Sandra en schoonzoon Herman. Buijck, die een kwade dronk had, pikte dit niet. Onder zware telefonische bedreigingen aan het adres van Herman en Sandra eiste hij dat zijn vrouw voor vijf uur ‘s middags weer thuis zou zijn. Het was hem menens, want hij belde ook een oud-collega met het verzoek Herman een lesje te leren. Deze oud-collega was de Belg Mario T., die een indrukwekkend strafblad had en door de Belgische justitie als ‘fysiek gevaarlijk en gewapend’ werd beschouwd. Mario T. weigerde echter aan Buijcks wens gehoor te geven. Hierop trok Buijck zelf ten strijde: hij schopte de ruit van de voordeur van Hermans woning in en ging Herman te lijf. Hij droeg daarbij een vuurwapen achter zijn broeksband. Herman deed aangifte en de rechter veroordeelde Buijck tot een gevangenisstraf van 241 dagen, waarvan 200 voorwaardelijk. Als gevolg van Hermans aangifte heeft Buijck daadwerkelijk 41 dagen gezeten, wat vermoedelijk (een deel van) de wrok verklaart die hij jegens Herman koesterde.
Hermans verdwijning kwam niet helemaal uit de lucht vallen, achteraf bezien althans. In de weken en maanden ervoor had hij namelijk regelmatig aangegeven dat hij zich ernstig bedreigd voelde: hij zou hinderlijk zijn gevolgd, er zouden een dreigbrief en een kogel onder zijn ruitenwissers hebben gezeten en er zou meer dan eens een band van zijn werkbus zijn lekgestoken. Kort voor zijn verdwijning had hij bovendien regelmatig op zijn dood gezinspeeld: dat hij geen 36 zou worden, dat hij nooit met de toegezegde nieuwe kraan zou werken en dat de personeelsfoto die bij de brandweer was gemaakt mooi op zijn kist zou staan. Het was in zijn omgeving ook opgevallen dat het fysiek en mentaal niet goed met Herman ging: hij had er de laatste tijd opgeblazen uitgezien, sukkelde met zijn gezondheid en was volgens zijn vrouw soms stil geweest aan tafel, alsof hij ergens mee zat. Eenmaal was hij ‘s nachts zelfs huilend wakker geworden. Maar toen zijn vrouw hem ermee confronteerde, had hij het ontkend. Herman heeft echter nooit aangifte van de bedreigingen gedaan en wimpelde vragen af met woorden als ‘ik ben voor niemand bang’. Hij zou echter wel hebben aangegeven zijn schoonvader van de bedreigingen te verdenken.
***