8 – Evert ‘The Usual Suspect’ de Clercq

Ten tijde van Hermans verdwijning was Evert de Clercq ondernemer in IJzendijke. Hij exploiteerde een winkel in het centrum van het dorp, had goede zaken gedaan en was daardoor in staat geweest vastgoed te kopen, waaronder het schuin aan de overkant gelegen hotel De Vier Heemskinderen. De Clercq was een bekende figuur, van wie gezegd werd dat hij goed voor zijn dorpsgenoten zorgde: ze konden bij hem tegen een gunstig tarief geld lenen en royaal betaalde klusjes doen. Wat een aardige man! Toch gonsde het na 26 oktober 2010 van de geruchten dat hij iets met de verdwijning van Herman te maken had. De reden van de achterdocht tegen De Clercq was rook, heel veel rook. De rook van wiet bijvoorbeeld. De winkel van De Clercq was namelijk geen gewone winkel, maar een growshop. De shop was legaal, maar met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gold dat niet voor alle activiteiten die er ontplooid werden. Hoewel De Clercq in de jaren negentig was veroordeeld vanwege de handel in drugs, had justitie de jaren erna geen sluitend bewijs meer kunnen verzamelen om nieuwe vermoedens op dit vlak aan te tonen. De Clercq en Herman kenden elkaar. Herman had graafwerk voor De Clercq gedaan – dat was een feit – en ze zouden zelfs bevriend zijn. Aangezien de buitenwereld de indruk had dat Herman over meer geld beschikte dan je van een kraanmachinist mocht verwachten, lag de suggestie voor de hand dat hij op de een of andere wijze betrokken was bij de duistere zaakjes van De Clercq. Onder zulke omstandigheden – en als andere sporen doodlopen – wordt iemand als De Clercq al gauw een usual suspect. Zeker in de ogen van dorpsgenoten. Misschien wist Herman te veel of was hij op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats.
Maar er was meer. Onder de rook van Breda had vijf jaar eerder de geboren Bressiaan John Heijboer zijn tijdelijke woning in Oosterhout verlaten om nooit meer te worden teruggezien. Heijboer had een geduchte vechtsportachtergrond en had onder meer als portier in het uitgaansleven gewerkt. Ook Heijboer en De Clercq kenden elkaar. Dat wil zeggen: Heijboer had in het verleden als ‘een soort bodyguard’ voor De Clercq gewerkt. Maar jaren na zijn verdwijning zou De Clercq spottend over Heijboer gezegd hebben dat hij als voer voor de varkens was geëindigd. Door die uitspraak blijkt dat usual suspect De Clerck in elk geval één ding gemeen had met Hermans schoonvader Buijck en rivaal Han: ze hadden er talent voor om zichzelf verdacht te maken.
Er was niet uitsluitend rook, maar ook vuur. Op 31 januari 2012 verdween de Belg Stijn Saelens, die in Wingene (B) een kasteel bewoonde. Wingene ligt hemelsbreed op 40 kilometer van IJzendijke. Saelens was gedurende ruim twee weken spoorloos, maar werd op 17 februari 2012 dood teruggevonden. Hij bleek te zijn doodgeschoten. Na een omvangrijk proces werden in 2019 vier personen in hoger beroep tot straffen van tussen de 15 en 21 jaar veroordeeld. (De vijfde dader was inmiddels aan kanker overleden.) Er zaten twee opmerkelijke personen tussen de veroordeelden: de schoonvader van Saelens en De Clercq. De schoonvader bleek de opdracht voor de moord te hebben gegeven – waardoor de zaken van Herman Ploegstra en Stijn Saelens bewijzen dat schoonvaders erger zijn dan de spreekwoordelijke schoonmoeders – en De Clercq bleek een van de uitvoerders te zijn geweest. Hij had bovendien enkele van de mededaders geronseld.
Als je regelmatig films kijkt en af en toe iets over misdaad leest, pik je onwillekeurig wat termen op, zoals bijvoorbeeld modus operandi. Ervan uitgaande dat De Clercqs kennissen Herman en Heijboer niet meer leefden, was de modus operandi gelijk aan die van de moord op Saelens, waarvoor De Clercq veroordeeld was: de dader bracht zijn slachtoffers niet alleen om het leven, maar deed ook de nodige moeite ze te laten verdwijnen. En er was nog een overeenkomst: toen ik eerder in mijn onderzoek puzzelde op de vraag hoe men Hermans BMW tot stoppen had kunnen dwingen, was ik tot de conclusie gekomen dat er meerdere mensen en meerdere auto’s bij betrokken moesten zijn geweest. Uit de Kasteelmoord, zoals de moord op Saelens in de pers werd genoemd, bleek dat De Clercq over kennissen beschikte die in staat en bereid waren om als groep zo’n actie uit te voeren. Al met al moest De Clercq dus haast wel met Hermans vermissing te maken hebben: hij was veroordeeld voor de moord op Saelens en had daarnaast met nog twee andere verdwenen personen in relatie gestaan. Hoe groot was die kans?
Bij nader inzien best groot, want wat dacht je bijvoorbeeld van Mario T.? Buijck had hem in 2007 willen inschakelen om Herman mores te leren, maar Mario had het ook ooit met John Heijboer aan de stok gehad: hij had de vechtsporter zelfs het ziekenhuis ingeslagen. Respect, zou ik haast zeggen. En dan Suzanne, de kapster. Ze zou het goed doen als femme fatale in een klassieke film noir, want ze had een affaire met Herman gehad, maar jaren eerder ook een kortdurende relatie met John Heijboer. Hoe bestaat het? Maar het lijkt allemaal toevalliger of verdachter dan het is. Mijn ex Talitha datete bijvoorbeeld mijn boekhouder Elvio, die de ex was van haar collega Annette, die ik weer kende van de banenzwemuurtjes in de Vliegende Vaart. Zo werkt dat nu eenmaal in dunbevolkt Zeeuws-Vlaanderen. De Clercq kende twee vermisten voordat hij zelf aan een dergelijk delict meewerkte. Uit niets is echter De Clercqs betrokkenheid gebleken bij de verdwijning van Herman. En uit niets Hermans betrokkenheid bij de zaken van De Clercq. De vergeefse zoekactie die het coldcaseteam in 2019 in de tuin van De Vier Heemskinderen heeft laten uitvoeren, had dan ook voornamelijk als doel het hardnekkige gerucht te ontzenuwen dat het lichaam van Herman zich daar bevond. En dan was er ook nog het probleem van het eventuele motief van De Clercq. Zoals Buijck weliswaar een (zwak) motief had, maar geen middelen, had De Clercq wel de middelen maar geen (bekend) motief. Tenzij De Clercq ook in deze zaak door de schoonvader was ingehuurd. Dat was nog niet zo’n gek idee, want de reputatie van De Clercq was in IJzendijke bekend en hij was als semi-publieke figuur makkelijk benaderbaar. Ik parkeerde het idee echter wegens gebrek aan feitelijke aanknopingspunten en besloot het over een geheel andere, maar reeds beproefde boeg te gooien: de speltheorie.

***

Tot hier gratis te lezen - lees via KOBO direct online verder